Toetsingen Raad

Toetsers

Een periodieke preventieve toetsing wordt, in wisselend teamverband, altijd door (minimaal) twee AA-accountants uitgevoerd. De Raad beoogt hiermee de grootst mogelijke objectiviteit te bereiken. Daarbij kunnen de toetsers bogen op een ruime ervaring in het openbare accountancyberoep. Zij hebben een toetserscursus gevolgd, wonen jaarlijks de Toetsersbijeenkomst bij en worden bij het toetsen (continu) begeleid.

 

Procedure toetsingen

Voorafgaand aan de toetsing dient de te toetsen accountantspraktijk een Oriënterende Vragenlijst in te vullen. Deze lijst wordt door de toetsers vooraf bestudeerd, waardoor zij al enig inzicht in de praktijksituatie hebben (= de opzet). Hierdoor kunnen de toetsers zich tijdens de toetsing voornamelijk richten op het toetsen van dossiers (= de werking van het interne kwaliteitsstelsel).

 

De toetsers doen de Raad, op basis van gezamenlijk bereikte overeenstemming ten aanzien van de ten kantore geconstateerde feiten, een voorstel voor een eindoordeel. Dit kan een voldoende of een onvoldoende zijn. De toetsers hebben van de Raad de instructie gekregen hierbij geen rekening te houden met plannen voor verbetering in de (nabije) toekomst.

 

De conclusies van het toetsingsteam worden met de betrokken AA(’s) aan het einde van de toetsingsdag besproken. Dit gesprek wordt vastgelegd in het besprekingsverslag. Het complete toetsingsverslag (incl. toetsingsprogramma’s) wordt door het secretariaat aan de accountantspraktijk gezonden met het verzoek hierop desgewenst te reageren. Indien een inhoudelijke reactie volgt, wordt deze ter becommentariëring doorgezonden aan het toetsingsteam. Na ontvangst van dit commentaar behandelt de Raad het toetsingsdossier in zijn plenaire vergadering en stelt het definitieve eindoordeel vast.

 

Toetsingsonderdelen

De kantoorsituatie en de dossiers worden aan de hand van de volgende onderdelen beoordeeld:

  1. beroepseisen (Verordening Gedragscode en Nadere Voorschriften);
  2. vaardigheden/bekwaamheden personeel;
  3. acceptatie/continuering van opdrachten;
  4. planning werkzaamheden;
  5. uitvoering werkzaamheden;
  6. inschakelen van deskundigen;
  7. documentatie werkzaamheden;
  8. rapportering.

De toetsers bepalen voor elk onderdeel van de toetsing of aan de daaraan te stellen eisen wordt voldaan. Op grond van die (sub)onderdelen stellen zij hun voorstel aan de Raad voor een eindoordeel vast (recapitulatie). Indien de toetsers op basis van de procedure “Oordeelsvorming door toetsers” tot de slotsom komen dat het voorstel met betrekking tot één der onderdelen van de toetsing “voldoet niet” zou moeten zijn, dan houdt dit doorgaans in dat ook het voorgestelde eindoordeel “voldoet niet” dient te zijn. Slechts in zeer uitzonderlijke situaties kan door de Raad tot een ander voorstel worden gekomen. Een dergelijk ander voorstel dient van een gedegen argumentatie te zijn voorzien.

 

Indien het eindoordeel een onvoldoende inhoudt wordt een verbeteringtraject ingezet en binnen twee jaar een hertoetsing door de Raad uitgevoerd.